Neeltje

Details over het schip Neeltje, BHS nummer 10428


Algemene gegevens
BHS-nummer Scheepsnaam Type schip Gebouwd van Bouwjaar Werf Plaats van de werf
10428 Neeltje Zeeuwse klipper Staal in 1905 Boot Leiderdorp
Gebied en vracht
Oorspronkelijk vaargebied Oorspronkelijk soort vracht Huidige ligplaats
Werkendam-Zeeland zand, grind, schelpen Rotterdam en omgeving, Waterweg en Z-H eilanden
Korte geschiedenis van dit schip
In 1904 heeft de heer Ruitenberg opdracht gegeven aan scheepswerf Boot om een snel zeilende klipper te bouwen. In 1905 is Neeltje in de vaart gekomen, een prachtige klipper met een mooie zeeg. Ze heeft vooral zand en grind gevaren van Werkendam naar Goedereede. In 1938 is Neeltje overgegaan naar Dirk de Roover en kreeg zij als een van de eerste schepen een zelflosinstallatie.
In de jaren negentig is Neeltje teruggebracht in originele staat. Sindsdien zeilt ze weer als snel zeilende klipper over de Hollandse wateren. Wij zullen zeker goed voor Neeltje blijven zorgen en hopen nog vele mooie tochten met haar te mogen maken.
Illustraties:
Klik hier voor de afbeelding

Klik op de thumbnail voor een grotere illustratie (opent in een nieuw venster).
Klik hier voor de afbeelding Neeltje in haar element
Zeilend!
Gemaakt op/in: Reunie Hellevoetsluis 2006
Creative Commons Licentie

Klik op de thumbnail voor een grotere illustratie (opent in een nieuw venster).
Maten
Lengte Breedte Diepgang Holte Tonnage Hoogte mast
23 m 72 cm 4 m 72 cm 1 m 00 cm 1 m 70 cm
Brandmerken:
Gegevens van het kadasternummer (brandmerk) “52 B LEID 1926”
Brandmerk Naam eigenaar (vlgns kadaster) Naam schip (vlgns kadaster) Bijzonderheden
52 B LEID 1926 - - -
Motoren:
Merk Type Serienr. Bouwjaar Nieuw of gereviseerd? Jaar geplaatst Jaar afgedankt
DAF 615 Gereviseerd
Verhalen over dit schip:

De NEELTJE is in 1905 gebouwd bij de werf van de gebr. Boot te Leiderdorp in
opdracht van Dhr. C. Ruitenberg uit Werkendam.
Deze opdrachtgever wilde een Zeeuwse Klipper met een laadvermogen van ca. 110
ton, het schip moest een snelle zeiler zijn, een fraaie lijn hebben met vooral
veel zeeg en bovendien een lage kruiplijn i.v.m. de bruggen in Rotterdam. In
die 87 jaar dat de NEELTJE nu rondvaart is gebleken dat de gebr. Boot destijds
ruimschoots aan de wensen van hun opdrachtgever hebben voldaan.

In de jaren 1984 t/m 1989 zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd:
Romp onderwater:
Vlak vanaf de boeg over een lengte van ca. 8 m en kimmen aan bb over ca. 10
en aan sb over ca. 16 m gedubbeld met 6 mm staalplaat.
De hak is over een lengte van ca. 2 m gedubbeld met 5 mm staalplaat.
Nieuwe schroef(brons), schroefas en glands.
Roer gedubbeld met 5 mm staalplaat en nieuw bronzen taatslager.
10 zinkanodes en een asanode aangebracht.
Oregon pine zwaardklampen (kabbellatten) aangebracht.
Koelwaterpijpen geplaatst: 22 m 5/4" gagalvaniseerde buis.

Romp bovenwater:
Nieuw boeisel tussen voor en achter bolders aan bb en sb.
Rondom een nieuw potdeksel en een stalen reling.
Nieuwe stalen roef, mastdek en mastkoker, achterdek, vooronderluik, koker voor
kluiverboom, puttingen, bolders en bolderkasten, luikje in achterdek,
tussenbolders (2x bb en 2x sb), aanvaringsklampen, zwaardophangingen en een
stalen draagconstructie voor de luiken. Nieuwe schalkhaken. Nieuwe houten
luiken. Nieuw stuurwerk (haakse overbrenging d.m.v. tandwielen) en
broodwagen.

Na deze grondige restauratie van het casco is het hele schip (m.u.v. voor- en
achteronder en vloeren in het ruim) geisoleerd met 10 … 15 cm steenwol (roef
bovendeks 5 cm) en betimmerd met grenen kraaldelen, rabatdelen en vloerdelen en
met multiplex platen. De huid en dekken zijn voor het aanbrengen van de
betimmering geconserveerd met vlakvet. Tussen betimmering en steenwol zit
overal een dampdichte laag d.m.v. Harmisol (noppenfolie met aan weerszijde een
laag aluminiumfolie). De hele betimmering is geschroefd, de vloeren in het
ruim zijn gespijkerd.

In 1987 hebben wij in de machinekamer een gereviseerde Daf met een nieuwe PRM
keerkoppeling geplaatst (flexibel opgesteld), toen zijn ook tussenas,
steunlager, cardanas en stuwblok vervangen. De gereviseerde anker/strijk lier
is in 1987 op het voordek geplaatst, de nieuwe rondhouten, zwaarden en lieren
zijn geplaatst in 1988 en 1989. De zeilen en huiken zijn gemaakt door
Zeilmakerij Kempers in Muiden. Grootzeil en fok zijn van 1989, de kluiver is
van 1990.

Specificaties:

Romp: lengte: 23,72 m
breedte: 4,72 m
diepgang: 1,00 m
holte: 1,70 m
laadvermogen: 109 ton (in 1905)
materiaal: staal
hoogte van de den: 50 cm (origineel)
ballast: ca. 20 ton voor aan de den aan bb en sb een herft
Machinekamer: Daf DF 615, 118 pk bij 2600 omw/min in 1987 gereviseerd door de
fa. Drinkwaard.
Hydr. keerkoppeling PRM 401, vertraging 1:3
2 x 500 l dieselolie bunkers (staal)
Vetgesmeerde schroefas met bronzen binnen en buitengland
Bronzen 3-blads schroef, diameter 720 mm, geleverd door machine
fabriek Kalkman in Krimpen aan de IJssel
Koeling: gesloten d.m.v. pijpen onder het achterschip Accu's: 4 x 6
Accu's: 4 x 6 Volt, 400 Ah in serie
Dynamo: wisselstroom, 50 Amp
C.V. ketel
Lenspomp 24 Volt
Drinkwater: 2 x 1100 waterbunker onder het achterdek, materiaal: roest vast
staal, dikte 3 mm.
Hydrofoor: Speck pomp met 100 l gegalvaniseerd stalen drukvat.
Warmwater: 80 l Daalderop boiler 7,5 kW 3 x 220 Volt met tijdklok en relais.
Verwarming: C.V. ketel, merk Kabola met een automatische 24 Volt
voorzetbrander, merk Cenvax, gestookt met dieselolie. Behalve in het
vooronder zijn in alle vertrekken radiatoren Electrische instal.: 12
Volt voor dieptemeter en douche afvoerpomp 24 Volt voor startmotor,
hydrofoor, toilet, interieurverlichting, navigatie verlichting, c.v.
brander, lenspomp. 220 Volt voor verlichting en huishoudelijke
apparatuur, in alle vertrekken zijn ruimschoots contactdozen aanwezig.
Propaan gas instal.: Gasfles in kast van stuurwerk op achterdek.
4-pits thermisch beveiligd kooktoestel.
Badkamer: Douche 80 x 80 cm, waterafvoer d.m.v. pomp met vlotter schakelaar,
de wanden van de douche zijn afgewerkt met Trespa platen. Rheinstrom
toilet met elektrische doorspoeling (24 volt) met versnijder op de
afvoer.
Daglicht toetreding: 10 Lexan ramen op de luikenkap, alle ramen en ventilatie
kunnen open. In de roef zitten 4-ellipsvormige lichtranden (origineel!)
met bronzen flenzen. Verder is de roef voorzien van teakhouten
koekoek, schuifluik en deurtjes.
Rondhouten:
Mast: lariks, lengte 18 m (de top is 4 m)
Giek: oregon pine, lengte 12,2 m
Gaffel: oregon pine, hol en verlijmd, 5 m
Kluiverboom: lariks, lengte 4,3 m
Bokkepoten: oregon pine, lengte 6,5 m
Fokkegiek: oregon pine, lengte 6,5 m
Gaffeltopzeilboom: vuren, lengte 7 m
Zeilen:
Grootzeil: 125 m2 dacron 12 ounce
Fok: 55 m2 dacron 12 ounce
Kluiver: 20 m2 dacron 10 ounce
Gaffeltopzeil: 12 m2 dacron 10 ounce
Huiken voor grootzeil, fok en kluiver.
Lieren:
Anker/strijk lier, Ridderinkhof
Zwaard/bakstaglieren, De Rek & Horsman
Zeillier 4-rols, John Springer
Zwaarden:
Bankirai, lengte 4,5 m, hoogte 1,9 m, dikte 8 cm, rondom half-rond
staalprofiel 30 x 15 mm en zandplaten.
Vooronder: Ingericht als werkplaats met werkbank, bankschroef en
opbergschappen. Toegang door luik in het voordek. Klipanker ca. 150 kg
Anker: Klipanker ca. 150 kg met ca. 50 m ankerketting, hangende in kluisgat
in de boeg. Zeer mooi antiek teakhouten stuurwiel met nieuwe hoepel,
Stuurwiel: Zeer mooi antiek teakhouten stuurwiel met nieuwe hoepel,
diameter 1,2 m.



Werkerdam, 4 april 1989.

De heer Rob Claessen
a/b z.s. "Neeltje"
Groenendijk 244
Nieuwerkerk a/d IJssel.

Geachte heer Claessen,

Geruime tijd verdiep ik mij in de historie van de Werkendamse binnenvaart. Ik
bezit veel gegevens en ruim vierhonderd foto's van de Werkendamse vloot. Nu
ben ik in het stadium gekomen dat ik over deze materie een boek kan gaan
maken.
Veel ex-Werkendamse schepen zijn gerestaureerd en varen weer onder zeil. Uw
schip is er één van. Ik weet van Hein Sommer en Henk Dessens dat u dit schip
weer onder zeil aan het brengen bent. Daarom roep ik uw hulp in om de
leversloop van de "Neeltje" te kunnen volgen. Ik weet er via de
Ik weet er via de Ruijtenberg het volgende van: De "Neeltje" werd in 1905
gebouwd bij Gebr. Boot te Leiderdorp voor rekening van Cees Ruijtenberg
R.B.zn. Het schip mat 103 ton en behoorde tot de snelste zeilschepen van de
Werkendamse vloot (ruim honderd zeilschepen in de eerste decennia van deze
eeuw). In 1918 was Cees Ruijtenberg met de "Neeltje" de eerste zelflosser
(met zand - losinstallatie) van de Werkendamse vloot, nadat het zelflossen
met de z.g.n. kiepbak" was uitgevonden door Johannes Kreuk in 1915. Ik dacht
dat deze Kreuk ook van Nieuwerkerk a/d IJssel kwam. Zijn zoon vaart nog met de
"Tijdgeest" van Nieuwerkerk a/d IJssel. In 1922 werd een barometer gewonnen
met de "Neeltje" tijdens een zeilwedstrijd op de Nieuwe Maas die was
uitgeschreven door de Nieuwe Rotterdamsche Courant. In 1926 liet Cees
In 1926 liet Cees Ruijtenberg bij Gebr. Boot te Leiderdorp het motorschip
"Neeltje" bouwen en verkocht het zeilschip "Neeltje" aan schipper De Rover
uit Hardinxveld. De rest van de geschiedenis van dit schip is mij onbekend.
Mochten er foutieve gegevens zijn in mijn informatie, dan hoor ik dit graag van
u. Ik zou het bijzonder op prijs stellen als u mij de rest van de levensloop
van de "Neeltje" zou willen schrijven.
Ik schenk u een foto van de "Neeltje" onder zeil op de Merwede voor Werkendam
in 1913. Toen werd hier de landing van de prins in 1813 nagespeeld i.v.m. het
honderd jarig onafhankelijkfeest. De "Neeltje" bracht de prins voor de
Werkerdamse kust. Rechts in beeld ziet u hoe de prins in een sloep van de
"Neeltje" naar de vaste wal werd geroeid.
Mocht u ook nog foto's hebben van de "Neeltje" dan zou ik graag een afdruk van
deze foto's in mijn bezit krijgen. U kunt mij een afdruk sturen met
vermelding van de kosten, of u kunt mij de foto's sturen dat ik er bij de
fotograaf een afdruk van laat maken. Binnen enkele weken krijgt u de foto's
dan weer retour.
Bij voorbaat mijn hartelijke dank voor uw medewerking, uw antwoord met
belangstelling tegemoet ziende verblijf ik,

Hoogachtend,

Mijn adres is:
Thomas Westerhout
Floreffestraat 15
4251 GM Werkendam

Werkendam, 28 april 1989.

Aan de heer Rob Klaassen
Groenendijk 244 a/b "Neeltje"
2911 BB Nieuwerkerk a/d IJssel.

Geachte heer,

Mijn hartelijke dank voor het opsturen van uw foto's en gegevens van de
"Neeltje". Ik heb deze foto's inmiddels laten nadrukken, ook uw brief met
het ontbrekende blad uit de meetbrief heb ik inmiddels ontvangen. Voor uw
spontane antwoord schenk ik u nog een tweetal foto's waarop de "Neeltje"
gedeeltelijk staat. Ik ben in mijn archief gedoken en heb nog twee foto's
gevonden die ik heb laten namaken en bij uw foto's heb gevoegd. De eerste foto
De eerste foto is gemaakt in 1919 tijders het inladen van de huisraad van de
opzichter van Rijkswaterstaat, de heer Bolier, in het ruim van de "Neeltje"
in de (inmiddels gedempte) Binnenhaven van Werkendam.
Deze opzichter verhuisde van Werkendam naar Hellevoetsluis en de huisraad werd
door de "Neeltje" overgebracht. Dat het ruim keurig was schoongemaakt blijkt
wel uit het gegeven dat de klompen van Cees Ruitenberg aan het einde van de
loopplank stonden. Staande op de trap in het ruin is schipper Cees Ruitenberg
te zien, de meest links in beeld zijnde figuur die op de giek zit was de oudste
zoon Rocus Bastiaan Ruitenberg C.zn. (helaas overleden, maar ook vele jaren
op de "Neeltje" gezeild met zijn vader).
De middelste persoon die op de luiken staat was Jan Hendrik Ruitenberg en was
een broer van Cees Ruitenberg. Jan Hendrik voer op de klipperaak "Ons
Genoegen" (thans "Goesting" van Nederbragt uit Gorinchem en geheel in zijn
oude staat teruggebracht). De andere personen waren helpers tijdens het
inladen en alle namen zijn bij mij bekend maar waarschijnlijk voor u niet van
belang, omdat zij geen deel uitmaakten van de familie Ruitenberg.
De tweede foto is genomen in 1925 in de Nieuwehaven te Werkendam. Op de
voorgrond de stevenaak "Hoop" van Leen Verhey. Tussen de bokkepoten en de
mast is nog net het achterschip van de "Neeltje" te zien. Tevens ziet u naast
de "Neeltje" het voorschip van de "Ons Genoegen" van Jan Hendrik Ruitenberg
(de broer van Cees).
It hoop dat ik u met deze foto's een plezier doe. Er moeten nog meer foto's
zijn bij de familie Ruitenberg van de "Neeltje". Ik zal proberen deze te
versieren en te laten nadrukken, u hoort dit nog van mij.
De familie Ruijtenberg (tegenwoordig geschreven met een "ij" en vroeger met
een "i") ken ik persoonlijk heel goed en ik heb nog enkele gegevens van de
"Neeltje" voor u. Een van de nog in leven zijnde zonen van Cees Ruijtenberg heb
ik bezocht en ook de door u verstrekte foto's laten zien. Hij was er verrast
over dat de "Neeltje" nog bestond en als u in de Werkendamse haven komt zal hij
u zeker met mij samen bezoeken.
Ruijtenberg en ik hebben met belangstelling de historie van de "Neeltje"
gelezen, helaas zijn er enkele onwaarheden ingeslopen.
Wij zijn zo vrij geweest om dit te signaleren, omdat anders een stukje historie
vertekend over komt. Hier volgen de onjuistheden:
Cees Ruitenberg (toen nog met een "i") kwam niet uit Giessendam maar uit
Werkendam! Ik begrijp dat u deze gegevens heeft ontleend uit het bouwcontract
van de "Neeltje", want daar staat inderdaad Giessendam.
Opvallend is dat ik dergelijke verschrijvingen meerdere malen ben tegengekomen
in bouwcontracten van schepen. Er voer van Giessendam (nabij Hardinxveld)
één schipper met de naam Ruitenberg, doch deze had niets met de "Neeltje"
vandoen en was zelfs geen familie van onze Cees Ruitenberg.
IX heb dit nagetrokken bij de familie Ruijtenberg en Giessendam moet een
verschrijving van Gebr. Boot zijn geweest.
Ten tweede, de "Neeltje" werd in oktober 1926 ingeruild bij scheepswerf Gebr.
Boot te Leiderdorp.
Cees Ruitenberg liet bij deze scheepswerf (waar hij in 1905 zijn eerste
schip liet bouwen) in 1926 het luxe motorschip "Neelje" bouwen, groot 150
ton en voorzien van een 50 pk (2 cilinder 4 tact) dieselmotor van het
merk Brons. Dit luxe motorschip werd in oktober 1926 als eerste grootste
motorschip van de Werkendamse vloot opgeleverd, uit een serie van drie
identieke schepen. De beide broers van Cees Ruitenberg namen de andere twee
luxe motorschepen over in 1926 en begin 1927, n.l. de "Roma" van Bastiaan
Ruitenberg en de "Tijd is geld" van Adriaan Ruitenberg.
Zelfs de oudste zoon van Cees Ruitenberg (Rocus Bastiaan) liet in 1939 weer
een luxe motorschip bouwen bij Gebr. Boot n.l. de "Joma". De familie
Ruitenberg had een goede band met de scheepswerf in Leiderdorp.
Niet Cees Ruitenberg, maar Gebr. Boot verkochten het ingeruilde zeilschip
"Neeltje" in 1927 aan Dirk de Roover uit Hardinxveld.
In 1918 vond de IJsselschipper Johannes Kreuk een verbeterd systeem uit om
zelf te lossen met de z.g. "kiepbak". Johannes Kreuk voer als eerste met een
zelflosinstallatie, honderden binnenvaarders in het zand en grind zouden later
volgen. Wie de tweede zelflosser was in Nederland heb ik nog niet kunnen
achterhalen, maar de derde zelflosser in Nederland was uw "Neeltje". Reeds
in 1918 begon Cees Ruitenberg met zelflossen en was de eerste zelflosser van
de Werkendamse vloot en de derde in Nederland.
De zeilgiek werd gebruikt als uithouder van de rijdraad en losdraad. Er werd
een 6 pk benzinemotor op het dek van de "Neeltje" gebouwd voor de loslier van
het merk "Wolvostruck" of een soortgelijke naam. Deze informatie heb ik van
meerdere oude schippers, en van Cor Ruitenberg C.zn (73 jaar). Deze
benzinemotor werd echter alleen gebruikt voor de zelflosinstallatie, dus er was
geen zijschroef of iets anders op aangesloten. Nu is het goed mogelijk dat
bij de inruil van de "Neeltje" bij de werf de motor is verwijderd alsmede de
zelflosinstallatie.
Omdat ik zelf altijd binnenschipper ben geweest, ken ik ook de familie De Goey
uit Hedel. U schrijft in uw historie: Hedel Blankenstein. Dit moet zijn
Hedel, waarschijnlijk is Blankenstein de straatnaam. Ik zie regelmatig
personen uit de familie De Goey en ik zal navraag doen of zij nog iets van de
"Neeltje" in hun bezit hebben, u hoort het dan nog van mij.

Om de geschiedenis compleet te maken zal ik trachten de familiebanden te
schetsen en iets te schrijven wat ik via de familie Ruitenberg en andere
bejaarde informanten weet.

Cornelis Ruitenherg was de oudste zoon van Rocus Bastiaan Ruitenberg en Alida
Kornet. Hij werd geboren in 1879 op de houten tjalk "Notre Plaisir". Zijn
vader (R.B. Ruitenberg) liet in 1900 de ijzeren klipperaak "Ons genoegen"
bouwen bij scheepswerf Van Duijvendijk te Geertruidenberg. Dit schip bestaat
nog steeds en is in oude staat teruggebracht als "Goesting" van Gorinchem.
N.B. Herk Dessing, die bij u in de haven ligt weet hier meer van?
Toen Cees Ruitenberg 26 jaar oud was liet hij bij Gebr. Boot de klipper
"Neeltje" bouwen in 1905. Hij was getrouwd met Neeltje Pols uit Rotterdam en
noemde het schip naar zijn vrouw. Zijn schoonvader was Dirk Pols (afkomstig
uit de IJsselstreek) en deze woonde in Rotterdam. Daar hield Cees Ruitenberg
briefadres en daar gingen ook zijn oudste kinderen later naar school.
Het kan zijn dat bij de aanvang van de levensfase van de "Neeltje" Rotterdam op
de naamplank heeft gestaan maar dit is niet waarschijnlijk. Vast staat dat
reeds in 1908 Werkerdam op de plank van de "Neeltje" stond. Cees Ruitenberg
en Neeltje Pols woonden aan boord van de "Neeltje" met hun kinderen, enkelen
zijn vroeg overleden, maar aan boord van de "Neeltje" zijn in ieder geval
geboren: Rocus Bastiaan, hun enigste dochter Stien, Dirk en Cornelis. In 1916
ging de familie Ruitenberg aan de wal wonen omdat het toch wat krap begon te
worden in het roefje en er teveel schoolgaande kinderen kwamen. Vader Cees
ging met zijn oudste zoon Rocus Bastiaan varen op de "Neeltje" terwijl de rest
aan de wal woonde en in de zomer en andere vakanties voer men soms met het
gehele gezin aan boord. Aan de wal werden nog geboren Hendrik en Jan
Hendrik.

Nu wil het geval, dat de familie Ruitenberg net honderd meter buiten de
gemeentegrens van Werkendam aan de wal ging wonen, n.l. in de gemeente
De Werken. Deze gemeente is in 1950 opgeheven en geannexeerd met Werkendam.
Vroeger liep de gemeentegrens langs de monding van het oude riviertje De
Werken. Daarom werd in 1916 "De Werken" op de naamplank gezet i.p.v.
Werkendam. Nu beten de schippers en bewoners van Werkendam en die van De
Werken elkaar niet in de sterk geisoleerde streek aan de rand van de
Biesbosch en in de volksmond noemde men alle schippers uit beide dorpen
Werkendammers.
Van de ruim honderd schepen van Werkendam in die tijd voeren er slechts een
vijftal uit De Werken, omdat men daar aan de wal woonde.
Ik had u al eerder geschreven dat de "Neeltje" in het begin van deze eeuw
gold als één van de snelste zeilers van de Werkendamse vloot, deze informatie
heb ik van ruim vijftig informanten tussen de zeventig en drieennegentig
jaar oud, die allen op de binnenvaart hebben gevaren. Een ding ben ik nog
vergeten, toen de "Neeltje" nieuw was, werd hij getuigd door zeilmaker
Taselaar uit Rotterdam (ook deze zeilmakersfamilie heeft jarenlang in
Werkendam gewoond en gewerkt). ierbij E.oop ik, dat ik een stukje
Hierbij hoop ik, dat ik een stukje ontbrekende historie van de "Neeltje"
heb aangevuld.
Mocht ik nog meer te weten komen dan hoort u dit van mij. Ik hop u spoedig
eens te ontmoeten. Nogmaals mijn hartelijke dank voor uw medewerking,
ook uw informatie kan ik weer verwerken in mijn boek.

Hoogachtend,

Thomas Westerhout.
Floreffestraat 15
4251 GM Werkendan.

P.S. Nadat in 1918 de zelflosbeweging op de "Neeltje" was gekomen, werd
veel zand en grind gevaren naar Goedereede. Ook de broers Bas en Adriaan
Ruitenberg voeren met hun klippers "Goede Verwachting" en "Time is Money"
naar deze plaats. De familieband tussen de broers was uitmuntend en daarom
lieten zij gedrieën in 1926 drie nieuwe luxe motorschepen bouwen bij Gebr.
Boot. ("Neeltje" "Roma" en "Tijd is geld"). Hun andere en jongste broer
Jan Hendrik bleef tot 1930 voeren met de klipperaak "Ons genoegen" en liet
pas in 1930 bij Bock en Meijer te Oude Wetering de luxemotor "Spes" bouwen.
De kleur van de boeiing van de 'Neeltje" was vroeger appelbloesem/roze.

Bokkepoot /November 1991 nr. 93

De klipper "Neeltje"

Het was in het vroege voorjaar van 1984 dat ik samen met Hein Sommer naar
Culemborg ging om voor de Rotterdamse stichting Openlucht Binnenvaartmuseum
een klipper te gaan schouwen. Deze was aangemeld voor een ligplaats in de
Oude Haven. Het schip was net gekocht door Rob Klaasen en Jacqueline Schoones.
We konden niet zeggen dat zij het zichzelf gemakkelijk hadden gemaakt met dit
schip.

De 'Neeltje' was verbouwd en in gebruik geweest als werkschip. Een laad- en
losgerei en ecn opbouw als bemmanningsverblijf waren op het schip gelast.
Dc boeisels waren tussen de voor-en achterbolders afgesneden tot op het
gangboord. Er was achterstallig onderhoud van jaren en veel moest vernieuwd
worden. De roef, het achterdek, het vlak voor een derde, de kimmen voor de
helft en de motor was niet meer te gebruiken.
Enigzins verkleumd warmden wij onze handen aan een kop koffie, die de nieuwe
eigenaars ons konden aanbieden ondanks de primitieve omstandigheden.

Centrale verwarming
Op twee februari 1989 ging ik opnieuw naar de 'Neeltje' om het schip te
schouwen voor de Landelijke vereniging tot behoud van het Zeilend
Bedrijfsvaartuig. Deze keer werd ik ontvangen onder heel wat gerieflijker
omstandigheden.
De schouwpaperassen kon ik invullen bij de centrale verwarming in een gezellig
ingetimmerd ruim. De eerste zeiltochten hadden de eigenaars inmiddels achter
de rug.

Veel informatie

De 'Neeltje' was een voorbeeld van een ideaal gedocumenteerd zeilend bin-
nenschip: de bouwtekeningen en een bestek (van de werf gebr. Boot te
Leiderdorp) bleken bij het Maritiem museum 'Prins Hendrik' te zijn en er waren
nog oude foto's uit de zeiltijd. Tevens was er voldoende mondelinge
informatie over de historie van deze klipper.

Indrukwekkende vloot

De 'Neeltje' werd in 1905 gebouwd voor schipper C. Ruitenberg R.B. Zn. uit
Werkendam. Deze meneer Ruitenberg voer éénentwintig jaar vanuit Werkendam en
het schip maakte deel uit van een indrukwekkende vloot van stalen Werken-
damse klippers, die voor een groot deel gebouwd waren bij één van de werven van
de scheepsbouwersfamilie Boot.

In het boekje 'Werkendam, van Biesboschvissers tot Europaschippers' van Th.
Westerhout (Werkendam 1989) is het één en ander over deze streek kostelijk
beschreven. De 'Neeltje' behoorde met haar 106 ton tot de k]einere klippers,
blijkt uit veel foto's uit die tijd. Die tonen vooral klippers van 150 ton en
groter.

Geloofsovertuiging

Als de 'vrije jongens avant la lettre', leken de Werkendamse zeilschippers de
weg naar de beurs zelden te maken. Hun werkterrein was zand- en grindvaart op
de grote rivieren en de Zeeuwse stromen.
Mij werd verteld dat sommige Werkendammers relatief lang doorvoeren met
zeilschepen. Dit zou verband houden met hun strenge geloofsovertuiging: de
Heer had wind gegeven en het zou van hoogmoed getuigen om hier met een motor
tegenin te varen.
Ook is mij verteld dat de Werkendamse schippers om dezelfde reden geen radar
wilden, die hen in staat stelde door te varen in de mist.
Bij de 'Neeltje' was van een verband tussen godsdienst en innovatie niets te
merken. Volgens Westerhout werd de 'Neeltje' in 1918 de eerste zelflosser van
Werkendam en de derde in Nederland. In 1926 werd de 'Neeltje' ingeruild bij de
gebroeders Boot voor een nieuw motorschip.

Behoud veilig gesteld

Tijdens het schouwen werd de restauratie van de 'Neeltje' vrijwel als voltooid
beschouwd. Wie indertijd de 'Neeltje' in Culemborg gezien had, zou zeker veel
waardering opbrengen voor het verzette werk.

Het behoud van het schip was voor lange tijd veilig gesteld, want het casco
bevond zich in een perfecte staat van onderhoud. Ook de rondhouten en de
zwaarden zagen er goed onderhouden uit.
Het casco en de dekindeling hadden weer grotendeels de vorm van het schip uit
1905. Er stond weer een ingezonken roefje op het achterdek. De eigenaars hadden
de verleiding weerstaan een hogere en/of langere roef op het schip te plaatsen.
De luikenkap bestond uit twee delen; namelijk een deel achter het mastdek (het
langste) en een deel voor het mastdek. De luikenkap en de den hadden weer de
oude afmetingen en er was geen kuip voor de roef aangebracht.
De 'Neeltje' was weer een klipper geworden met een laag silhouet, met
karakteristieke 'paardeogen' (ovale raampjes), die op de bouwtekening
duidelijk te zien waren.
Het weggesneden boeisel was opnieuw aangebracht en afgedekt met hoeklijn.
Hierop had men een lage vaste stalen railing gelast, geconstrueerd van pijp.
De mastkoker stond op de oorspronkelijke plaats; de koker was iets langer
geworden evenals de oorspronkelijkc mast, maar het tuigplan (inclusief
boegspriet) maakte toch wel een evenwichtige indruk.
Dc eigenaars hadden gekozen voor dacron zeilen van de firma Kempers in Muiden,
die op de 'moderne' wijze waren afgewerkt (bijvoorbeeld must ingeperste
kousen).
De zwaarden werden bediend met lieren van de firma De Rek & Horsman in
Ouderkerk aan de IJssel, waarmee ook de bakstagen konden worden doorgezet. De
lier voor het hijsen van de zeilen had vier rollen, was nieuw gebouwd door John
Springer en oogde bijzonder authentiek.
De tandwielen waren van staal (dus niet van gietijzer) maar hadden toch de
ouderwetse grove vertanding. De wangen van de lier waren met opgeklonken
platte strip afgewerkt. De maststrijk- en ankerlier op het voordek was er een
naar het oude model.
Het schip werd gebruikt voor bewoning. Om daglicht toe te laten was, naar mijn
mening, gekozen voor een elegante oplossing. De 'Neeltje' was afgedekt met
luiken, met daar overheen bruine plastic kleden. Hierin waren enkele ramen
aangebracht, die afgedekt werden met perspex plaat.
De plaat lag, als de ramen gesloten waren, plat op het plastic kleed en stak
dus nauwelijks bovenuit. De afwatering vond plaats door middel van gootjes,
die rondom het raam waren aangebracht en die praktisch onzichtbaar waren.

Sterke/zwakke punten

Het sterke punt van de restauratie was, naar mening van de werkgroep, het
huidige silhouet van de romp, de dekindeling en de tuigage, die de klipper
weer in hoge mate herkenbaar gemaakt hadden als de 'Neeltje' uit 1905.
Een zwak punt was de wijze waarop het boeisel was afgelast, maar aangezien de
romp zwart geschilderd was, viel dit op enige afstand niet op.

Persoonlijke noten

Een tweede aspekt had meer te maken met mijn persoonlijke smaak. Dit betrof de
uitvoering van een aantal details waarop, vanuit een puur technische
invalshoek, ongetwijfeld niets was aan te merken.
Deze details kwamen bij mij enigszins 'armoedig' over (excusez le mot). Omdat
de zeillier vier rollen had, werden een aantal zaken door middel van blokken
bediend zoals de boegspriettopper en de kluiverval. Ter bevestiging hiervan
was tegen de mastkoker een stalen knecht gelast, waarop weer enkele stalen
pennen als korvijnagels waren gelast.
De oplossingen, die men hier vroeger voor koos, zoals houten halve klampen,
bevestigd tegen een vulplank tegen de zijkant van de koker of houten knechten
in het want, zagen er toch veel charmanter uit.
De fraaie grenehouten zetboorden, die de 'Neeltje' oorspronkelijk had, waren
helaas niet aangebracht. Deze houten onderdelen zouden het schip een
'warmere' uitstraling geven (let wel naar mijn persoonlijke smaak en hierover
valt te twisten!). Ook had de lage stalen railing op oude wijze kunnen worden
uitgevoerd, met gesmede scepters en houten 'wandelspieren'.
De vierkante gaffel leek meer thuis te horen op een jacht dan op een
platbodem. Het nieuwe masttopbeslag was ongetwijfeld bijzonder sterk, maar
kwam mij wat te grof en overmaats over. Hetzelfde gold voor wantdraden, die
'geknepen' zijn (met geperste sokken) in plaats van gesplitst.

Goede aanwinst

De 'Neeltje' is van zichzelf een bijzonder elegant ogende klipper en het lijkt
mij juist zo aardig om dit eigen karakter zoveel mogelijk te bevestigen.
Maar nogmaals: over smaak valt niet te twisten en deze opmerkingen zijn niet
als kritiek bedoeld.
Deze persoonlijke noten waren overigens op het eindoordeel van de
beoordelingswerkgroep niet van invloed. De mening van de werkgroep was dat het
huidige uiterlijk van het schip het oorspronkelijke zo dicht benaderde, dat de
'Neeltje' een goede aanwinst was voor het vcrenigingsregister.
Over de zeileigenschappen kunnen we kort zijn: de 'Neeltje' zeilt goed en
hard.

Henk Dessens
Bijzonderheden
Heerlijke zeiler!