Maatje

Details over het schip Maatje, BHS nummer 10445


Algemene gegevens
BHS-nummer Scheepsnaam Type schip Gebouwd van Bouwjaar Werf Plaats van de werf
10445 Maatje zeeuwse poon of paviljoenschuit ijzer in 1893 Onbekend Krimpen a/d IJssel
Gebied en vracht
Oorspronkelijk vaargebied Oorspronkelijk soort vracht Huidige ligplaats
Gehele land, maar voornamelijk Zeeland en Zuid-Holland. Thuishavens Zevenbergen tot 1924, Krabbendijke tot 1936, Wemeldinge tot 1989. baksteen, ajuin, zand, aardappelen e.d. Rotterdam en omgeving, Waterweg en Z-H eilanden
Illustraties:
Klik hier voor de afbeelding Gemaakt op/in: 2007
Creative Commons Licentie

Klik op de thumbnail voor een grotere illustratie (opent in een nieuw venster).
Klik hier voor de afbeelding

Klik op de thumbnail voor een grotere illustratie (opent in een nieuw venster).
Klik hier voor de afbeelding Maatje zonder zomerroef op de Oosterschelde
Gemaakt op/in: Bietetocht 2017
Creative Commons Licentie

Klik op de thumbnail voor een grotere illustratie (opent in een nieuw venster).
Klik hier voor de afbeelding Maatje onder vol zeil op de Oosterschelde
Gemaakt op/in: Bietentocht 2015
Creative Commons Licentie

Klik op de thumbnail voor een grotere illustratie (opent in een nieuw venster).
Maten
Lengte Breedte Diepgang Holte Tonnage Hoogte mast
17 m 18 cm 4 m 80 cm 0 m 80 cm 1 m 65 cm 30,000 ton 18 m 00 cm
Brandmerken:
Gegevens van het kadasternummer (brandmerk) “onbekend”
Brandmerk Naam eigenaar (vlgns kadaster) Naam schip (vlgns kadaster) Bijzonderheden
onbekend Geanonimiseerd. Alleen zichtbaar voor LVBHB-leden. Geertje Elisabeth -
Motoren:
Merk Type Serienr. Bouwjaar Nieuw of gereviseerd? Jaar geplaatst Jaar afgedankt
John Deere 4045 2009 Nieuw 2009
Verhalen over dit schip:
Maatje is een ijzeren paviljoenschuit, in 1893 als Geertje Elisabeth gebouwd in
opdracht van Hendrik van Gent uit Zevenbergen. In 1899 werd ze te boek gesteld
onder nr. ZB-2-N, en was toen inmiddels eigendom van J. Boone uit Krabbendijke,
met J. Wagenaar en Maatje Houtekamer als (zet-)schipper en schipperse. Tot de
zomer van 1989 is ze in het bezit van de Wagenaars gebleven, totdat ze werd
verkocht aan de Leidse werfbaas Henk Hydra, zelf in het bezit van een
gelijksoortig schip, de Verwisseling. Henk maakte de huidige eigenaar gelukkig
door het schip aan hem te verkopen...
Maatje heeft in de wilde vaart gevaren vanaf haar tewaterlating, tot ongeveer
1936. Ze zwierf door het hele land, maar toch met name in het Zuid-Westen,
waarbij ze doorgaans niet verder kwam dan Amsterdam. Veel bijzonderheden over
die zwerftochten zijn niet bekend. Er is wel een bevrachtingsboekje uit 1924,
maar verder slechts een brief over een stranding met als gevolg een lekkend
vlak, en verhalen en zichtbare littekens van een beschieting in de oorlog, met
zinken als gevolg. Wel zijn nog nazaten van de laatste zeilende schipper in
leven, wat toch nog een beetje een band met het verleden geeft. Geweldig om
Lina Wagenaar te horen vertellen over hoe haar vader haar als zevenjarig meisje
op het paviljoendek met een touw aan de helmstok bond als ze gingen zeilen...
In 1936 ging Pa Wagenaar "aan de wal": hij meerde Maatje definitief af bij de
sluizen van Wemeldinge in Zeeland, en begon aan boord een tagrijn voor de
binnenvaart. Om voldoende ruimte te creeeren plaatste hij een compleet
stuurhuis van een ander schip op het hoeklijn van de afgesneden den. Een mooi
stuurhuis, dat wel. Voor het overige werd Maatje ontdaan van alles wat met de
zeilerij te maken had gehad: roer en zwaarden, mastkoker, lieren en zo voort.
In die staat, zij het wat minder in de verf, kwam ze in handen van de huidige
eigenaar, die wel wist waar hij begon, maar waar hij zou eindigen...?
Maatje, als paviljoenschip gebouwd, heeft gedurende haar "carriere" een aantal
tussentijdse veranderingen ondergaan, die deels "aan boord", en deels in het
voornoemde bevrachtingsboekje zijn gedocumenteerd. Allereerst is de mast
veranderd van een onderstrijker met uitwip in een bovenstrijker met bokkepoten;
ter plaatse van de uitwip kwam een kistluik. Ook is ze gedurende onbekende tijd
gemotoriseerd geweest, getuige resten van een schoefasdoorvoer naast(!) de
achtersteven en perforaties in het stuurdek voor de bediening.
Na aankoop in 1990 hebben de huidige eigenaar en de zijnen het schip
gerestaureerd en teruggebracht in de vermoedelijk originele staat: de stuurhut
werd verwijderd, ijzerwerk aangeheeld en gerestaureerd, het schip geverfd en
gemotoriseerd, alles zoals uitvoerig beschreven in een aantal
restauratieverslagen. Nu, op de jaarwisseling 1997 - 1998, ligt de mast aan
boord, zijn de zeilen gekocht, en zal het verdere tuigen een aanvang nemen. Met
wat geluk hijsen we in de zomer van 1998 een zeiltje.
Veel van de restauratie is met eigen handen verwezenlijkt: het roer en de
helmstok, de zwaarden inclusief beslag, de luikenkap, de zomerroef, de
zetborden, de houten stuizen, het schilderwerk, het interieur, het houten
paviljoendek met lijst met droge naad en presenningband in de naden, en onlangs
de mast. Leuke klussen staan nog voor de boeg: kluisborden en beretanden, giek
en kluiverboon, en het tuigen met blokken en lieren. 't Is allemaal een kwestie
van tijd, en Maatje is geduldig.....
Bijzonderheden
Maatje is gebouwd van puddelijzer, circa 6 mm dik. Spanten staan op 35 cm. Geen langsverbanden. Restauraties zijn uitgevoerd middels lassen. Vlak, den, mastkoker, voordek, potdeksel en steven (onder water) geheel vernieuwd. Geen dubbelingen.