LICHTSTRAAL

Details over het schip LICHTSTRAAL, BHS nummer 10171


Algemene gegevens
BHS-nummer Scheepsnaam Type schip Gebouwd van Bouwjaar Werf Plaats van de werf
10171 LICHTSTRAAL zeeuwse klipper ijzer in 1892 Duyvendijk, wed. A. Papendrecht
Gebied en vracht
Oorspronkelijk vaargebied Oorspronkelijk soort vracht Huidige ligplaats
Vlissingen - Rotterdam - Moezel - Londen vracht/diverse& mineraalwater Onbekend
Illustraties:
Klik hier voor de afbeelding

Klik op de thumbnail voor een grotere illustratie (opent in een nieuw venster).
Maten
Lengte Breedte Diepgang Holte Tonnage Hoogte mast
20 m 38 cm 4 m 87 cm 1 m 75 cm 13 m 70 cm
Motoren:
Merk Type Serienr. Bouwjaar Nieuw of gereviseerd? Jaar geplaatst Jaar afgedankt
Mercedes OM 352 1978
Verhalen over dit schip:
Benedendeks is het schip als volgt ingedeeld:
Kabelgat (hier wordt reserve tuig opgeslagen en bij verhuur slagen hier 2
bemanningsleden);
Kombuis, "Jongensverblijf" (hier staan tafels en banken en aan weerszijden zijn
8 kooien, in totaal dus 16 slaapplaatsen);
Toilet, Schippershut en Machinekamer (hier zijn nog 5 slaapplaatsen voor de
schipper, zijn vrouw en kinderen).
Bovendeks is het schip uitgerust met een grote mast en een bezaansmast, die
beiden voorzien zijn van origineel strijkbare stengen. De zeilen worden met de
hand (dus zonder lieren) gehesen. Alle technische voorzieningen (zoals b.v.
motorkontrole) zijn zoveel mogelijk weggewerkt, zodat het schip haar authentieke
karakter bewaard heeft.
De geschiedenis van de Lichtstraal gaat terug tot 1892. In dit jaar wordt het
schip op de werf "De Hoop geleid ons" van de wed. A. van Duyvendijk te
Papendrecht gebouwd voor rekening van schipper Wijland. Hij noemt het schip naar
zijn dochtertje "Maria". Tot 1915 vaart zij als beurtvaarder van Rotterdam naar
Terneuzen, met als thuishaven Bergen op Zoom. Het schip is getuigd als eenmaster
en heet erg snel te zijn. In 1915 wordt zij verkocht aan ir. G.L. Tegelberg. Op
de werf van de gebroeders de Jong te Heeg wordt zij verbouwd. Het laadruim wordt
ingericht als jongensverblijf en er komen twee masten op, zoals het schip ook nu
nog steeds is uitgerust. Het schip wordt dan ter beschikking gesteld van de
Amsterdamse padvinders om de zeilsport te beoefenen. Op 3 september 1916 vindt
de eerste zeiltocht als tweemaster plaats. Voortaan heet het schip
"Lichtstraal". Juni 1917 gaat Z.K.H. Prins Hendrik der Nederlanden met de
Lichtstraat mee voor een tweedaagse zeiltocht op de Zuiderzee. Tot 1918 wordt
het schip gebruikt door de plaatselijke afdeling Amsterdam van de vereniging "De
Nederlandse Padvinders". In dat jaar wordt zij aangekocht door de Vereniging tot
Bevordering van de Watersport onder Jongeren, die haar gebruikte als
opleidingsschip voor scheepvaartscholen. In 1935 kocht de Padvindersgroep 3 de
Lichtstraal voor de som van fl 1.500,--. Het zeilen op het IJsselmeer was wel
mooi, maar het op tijd thuiskomen lukte meestal niet. Als het nodig was bleek de
Havendienst bereid de Lichtstraal naar haar ligplaats in de Sixhaven te slepen.
Alle havens moesten in de die tijd nog zeilend binnengevaren worden. In 1938
wordt er dan ook een opduwer voor de Lichtstraal aangeschaft. Bij het uitbreken
van de oorlog ligt de Lichtstraal in Durgerdam, maar lijdt geen schade bij het
bombardement op Durgerdam. Het schip wordt wel naar Amsterdam gebracht en
krijgt, naar men hoopt, een veiliger plaats in de Oude Houthaven. Omdat de
Padvinderij een verboden vereniging wordt, probeert men de Lichtstraal onder te
laten duiken bij Rijks Waterstaat in Hoorn. Dit wordt verraden en het schip komt
in handen van de Marine Jeugdstorm. Zij dopen het schip om in "Van Speijk". Een
zwarte dag in haar geschiedenis. Over het lot van het schip aan het eind van de
oorlog zijn een paar lezingen, n.l.: In 2945 wordt geprobeerd met het schip naar
Duitsland uit te wijken, waarvoor zij volgeladen wordt met proviand. Dit is niet
gelukt. Ook is er een lezing dat men geprobeerd heeft het schip tot zinken te
brengen op het IJsselmeer. Dit is evenmin gebeurd. Worderlijk is dat de
Lichtstraal op Bevrijdingsdag 5 mei 1945 terug gevonden wordt naast de
Tolhuispont. Vandaar wordt zij weer teruggebracht naar haar oude ligplaats in de
Sixhaven, geheel verwaarloosd en gehavend. Het houten dek is gesloopt, de
inventaris en een zwaard verdwenen. In 1946 kan er met enige improvisatie weer
gevaren worden. De Amerikaanse Marine stuurt eikenhout voor een nieuw zwaard.
Dit eikenhout is echter zo overdadig verpakt in grenenhout, dat van dit grenen
alle vloerdelen gemaakt kunnen worden. In 1947 krijgt de Lichtstraal haar eerste
motor, een tweedehands Junkers. In de jaren die volgen wordt hard gewerkt,
akties gehouden, het schip tijdens weekenden en weken verhuurd om alle in 1945
gemaakte schulden te kunnen aflossen, wat in 1954 lukt. In 1959 heeft de
Lichtstraal hulp nodig van de reddingsboot. In het juninummer van "de
Reddingboot" 1960, staat het volgende geschreven: Bericht 2075, Klipper
Lichtstraal gestrand op Enkhuizerzand. 28 juni, 13.00 uur vertrok de mrb. "K.F.
Sluijs" uit de haven van Enkhuizen naar de klipper Lichtstraal, die op de
Oostrug van het Enkhuizerzand was gestrand en een noodsein gehesen had. Wind
w.z.w. 7. Hoewel er slechts 70 cm. water bij de Lichtstraal stond, slaagde de
reddingsboot erin langszij te komen. Elf passagiers, waaronder 2 kinderen en 7
vrouwen werden overgenomen en naar de wal gebracht. Op verzoek van de schipper
van de Lichtstraal is de hulp van de sleepboot ingeroepen. De "K.F. Sluijs" voer
met de sleepboot "Ens" naar de klipper terug, de sleepboot kon echter de
Lichtstraal niet dichter naderen dan tot 600 m., zodat zij terug moest naar de
haven om lange sleepdraden te halen. Intussen hebben de "K.F. Sluijs" en het
vissersvaartuig EH4 geruime tijd tevergeeft getracht beweging in de klipper te
krijgen. Nadat de sleepboot "Ens" met de sleepboot "Giat" te plaatse waren
gearriveerd heeft de reddingsboot een sleepverbinding tussen de Lichtstraal en
de sleepboten tot stand gebracht. Na een uur trekken slaagden de sleepboten erin
de klipper vlot te trekken. de "K.F. Sluijs" was te 19.00 uur te Enkhuizen
terug. De schipper van de Lichtstraal toonde zich zeer erkentelijk voor de
assistentie van de "F.K. Sluijs". Hij schreef o.a.: Hoewel er niet onmiddelijk
van gevaar sprake wasl, was het voor de dames, die nogal gauw in paniekstemming
dreigden te raken, een hele geruststelling dat de "Sluijs" paraat was en hen
naar Enkhuizen bracht zodat wij op de Lichtstraal de handen vrij hadden. De
Sixhaven, die jarenlang thuishaven van de Lichtstraal was, moet verlaten worden
omdat deze haven gebruikt zal worden voor de IJtunnelbouw. Uiteindelijk komt de
Lichtstraal bij de Amstelsluizen te liggen. 1962. De fa. Strork N.V. stelt een
dieselmotor type "Ganz" beschikbaar, die met behulp van de leerlingenwerkplaats
wordt aangepast en ingebouwd in Hengelo. 1967. Groep 3 kampt met een groot
leiders tekort en gaat een fusie aan met groep 4, de Hendrick de Keijser. De
Lichtstraal komt terecht bij het troephuis "De Zuidpool" bij het Nieuwe Meer aan
de IJssloot. 1969. fHet schip krijgt hete luchtverwarming en een jaar later
elektrisch licht. Het dagelijks vervangen van de gaskousjes behoort tot het
verleden. 1970. Weer een nieuwe motor. Nu een 6 cylinder Mercedes DM 321, meer
vermogen en kleiner van afmetingen. 1971. De jongens van de groep gaan 4 weken
met de Lichtstraal naar Denemarken. Hiervoor wordt een middengolf
zendinstallatie gekocht. Wegens enorm succes wordt deze tocht in 1972 herhaald.
Door financiële problemen is het in november 1972 noodzakelijk de Lichtstraal te
verkopen aan de huidige eigenaar. Voor de groep verandert er in wezen niets,
omdat zij tot op heden de Lichtstraal in bruikleen hebben, wat betekent: 's
winters helpen bij het opknapwerk en het weer zeilklaar maken en zomers
weekenden en zomerkamp zeilen, bij toerbeurt meegaan als er verhuur gevaren
wordt. 1978. Omdat de motor niet helemaal meer in orde is, komt er een nieuwe
motor. Weer een Mercedes diesel, nu de DM 352, die weer wat meer vermogen heeft.
De laatste jaren wordt er 's zomers ook een navigatiecursus voor het varen op
IJsselmeer en Waddenzee gegeven, waarbij de theorie meteen in de praktijk
toegepast kan worden. De Lichtstraal is waarschijnlijk één van de zeer weinige
schepen, die altijd onder zeil gebleven zijn. Zij vaart nu nog volgens het
tuigplan dat zij in 1915 kreeg. Ook het doel waarvoor zij vaart is in de loop
der jaren nauwelijks veranderd. Door de jaren heen zijn haar kleuren wit en
groen geweest.
Bijzonderheden
<< 1916: bezaanmast vast middendek i.p.v. luikenkap afstand zwaardbout/mast: verstelbaar. >>