Nieuwe Zorg

Details over het schip Nieuwe Zorg, BHS nummer 10207


Algemene gegevens
BHS-nummer Scheepsnaam Type schip Gebouwd van Bouwjaar Werf Plaats van de werf
10207 Nieuwe Zorg tjalk staal in 1906 Gebr. Worst Meppel
Gebied en vracht
Oorspronkelijk vaargebied Oorspronkelijk soort vracht Huidige ligplaats
Groningen, Drenthe, Zuiderzee, Holland, Utrecht, Waddenzee, grote rivieren, Schelde, België Oorspronkelijk turf van Drenthe naar Holland, later verschillende vrachten waaronder vlas naar België Het Groene Hart en Haarlemmermeer
Korte geschiedenis van dit schip
1906: Gebouwd voor Cornelis Vennik uit Smilde, die een eigen turfhandel had, en turf voer van Drenthe naar Holland. Zuiderzee over betekende: hoge kop, stringers in kop, steunen naar dek voor boeiing, stevig zetboord erop. Ogen in gangboord voor kettingen die over luiken gespannen werden als afdekking over deklast, ogen naast roef voor bakstagen achterop. Tussen mastkoker en den past precies een luik.
1928: Vrouw Antje van der Velde overlijdt, dochter Johanna (een van 10 kinderen), aan boord geboren in 1908, blijft aan boord tot 1935.
1935: tjalk gaat over van Cornelis sr naar Cornelis jr, de derde zoon, geboren in 1903.
1935: huwelijk van Cornelis jr met schippersdochter Johanna de Vroome én van Johanna met Engbertus de Vroome (broer van Johanna). Cornelis en Johanna (bovenste foto) noemen de tjalk “CorJo”, en varen er vracht mee tot 1963.
1936: Inbouw 1-cilinder Rennes gloeikopmotor (1927-33 pk-330 tpm).
1956-57: afgetuigd, mastdek verwijderd, den verhoogd, stuurhut.
Plm. 1975: stilgelegd, opslag.
1981: Jos en Josijn Settels beginnen aan restauratie.
Na moeder en dochter Johanna (1906-1935), Johanna, echtgenote van Cor, (1935-1963) is er weer een Johanna aan boord: Josijntje Johanna Margaretha, echtgenote van Jos.
1984: alle drie Johanna’s treffen elkaar aan boord in Meppel (onderste twee foto’s).
Dochter Johanna, die de zeiltijd van 1908 tot 1935 had meegemaakt, was een wandelende encyclopedie voor ons.
1990: Rennes wordt, na vele jaren dienst, vervangen door DAF.
2007: roef in klinkwerk gerestaureerd.
2013: na jaren met katoenen tuig te hebben gezeild, komt er een nieuw tuig van Simon den Boer.
Illustraties:
Klik hier voor de afbeelding

Klik op de thumbnail voor een grotere illustratie (opent in een nieuw venster).
Klik hier voor de afbeelding Cor en Johanna Vennik (wrsch 1936-1940). Johanna
Vennik, Johanna de Vroome, Josijn Johanna Settels (1984).
Gemaakt op/in: wrsch tussen 1936 en 1940 resp zomer 1984
Copyright © Jos en Josijn Settels.


Klik op de thumbnail voor een grotere illustratie (opent in een nieuw venster).
Maten
Lengte Breedte Diepgang Holte Tonnage Hoogte mast
22 m 72 cm 4 m 79 cm 1 m 00 cm 1 m 70 cm 121,000 ton 19 m 00 cm
Brandmerken:
Gegevens van het kadasternummer (brandmerk) “149 B ASSEN 1938”
Brandmerk Naam eigenaar (vlgns kadaster) Naam schip (vlgns kadaster) Bijzonderheden
149 B ASSEN 1938 - - -
Motoren:
Merk Type Serienr. Bouwjaar Nieuw of gereviseerd? Jaar geplaatst Jaar afgedankt
DAF 825 diesel 1982
Merk Type Serienr. Bouwjaar Nieuw of gereviseerd? Jaar geplaatst Jaar afgedankt
DAF 825 1983
Verhalen over dit schip:
register van historische zeilende bedrijfsvaartuigen van de
LVBZB
15 mei 1991, 20 januari 1992


1 Algemeen
Scheepsnaam Nieuwe Zorg.
Type schip Overijsselse tjalk.
Bouwjaar, werf 1906, scheepswerf Gebr Worst te Meppel
Lengte 22.72 m.
Breedte 4.79 m.
Holte 1.70 m.
Laadvermogen 124 ton (toen), 121 ton (nu=1958=laatste vrachtmeting).
Diepgang 0.90 m.
Meetbrief nr 23565, 18 februari 1958.
Kadaster nr 149 B ASSEN 1938

Ligplaats Nieuwegein
Elgenaar J Settels, Postbus 1215, 3430 BE Nieuwegein.

2 Inleiding

De tjalk is in 1906 onder de naam "Nieuwe Zorg" gebouwd met als eerste doel het
varen van turf vanuit Drente naar Noord Holland. Dat heeft de eerste schipper,
Vennik, ook hoofdzakelijk gedaan, met als thuishaven Smilde. De tweede
schipper, zijn zoon Cor Vennik, heeft er vanaf 1937 veel vlas mee naar Belgie
gevaren, maar ook allerlei andere vrachten naar diverse bestemmingen, onder
andere naar de waddeneilanden.
In 1937 is er een motor ingebouwd: een 1-cilinder Drakenburg - Rennes gloeikop
ruwoliemotor, 33 pk bij 330 rpm, bouwjaar 1927. Tot aan 1940 is er zowel op
zeil als motor gevaren. Na de oorlog (waarin schip en schipper een tijdlang in
Duitsland gevorderd zijn geweest) is het tuig geleidelijk aan verdwenen. In
1952 is er een stuurhut op het achterdek gebouwd, is de den verhoogd en
verlengd tot aan het voorschild van het voormalige kistluik, waarbij dus
mastdek en mastkoker verdwenen, en kwam er een kleine laadmast tegen het
toenmalige voorschild van de den (dus het oude voorschild van het kistluik).
Die laadmast is in de loop van de jaren ook weer verdwenen.
Toen wij de tjalk in 1981 kochten had hij plm 7 jaar onbeheerd stilgelegen, was
in sterk verwaarloosde toestand, en nog in de staat waarin hij rond 1964 uit de
vrachtvaart gekomen was. Van 1964 tot 1975 zijn er incidentele reizen mee
gevaren, maar heeft het schip hoofdzakelijk voor opslag gediend. De tjalk
heette in die periode "Corjo" (van Cor en Johanna), maar heeft bij ons weer de
eerste naam "Nieuwe Zorg" teruggekregen.
De roef en het achteronder hebben nog de originele betimmering met panelen.
Het ruim is inmiddels vrijwel geheel ingetimmerd, en wordt verwarmd via een AGA
kolenfornuis en centrale verwarming.

Een globaal overzicht van tot nu toe uitgevoerde restauraties:
* 1981: kimplaat aan stuurboord vernieuwd, schroef gerepareerd, de Rennes (die
plm 10 jaar niet gedraaid had) weer aan de praat gebracht.
* 1982-83: den verlaagd tot originele hoogte, mastdek weer aangebracht,
kistluik opnieuw gemaakt naar oud model.
* 1984: stuurhut van achterdek gesloopt, nieuwe deurtjes en koekoeks voor de
roef gemaakt.
* 1985: nieuw roer van amerikaans grenen gemaakt, stuurwerk verwijderd, nieuwe
helmstok, nieuwe bokkepoten gemaakt.
 1986: mastkoker geplaatst; 2e hands mast, giek, gaffel en zeilen van
vergelijkbare tjalk overgenomen.
* 1989-90: Rennes compleet gereviseerd.
* 1990: 2 nieuwe stalen watertanks gemaakt van 2 ton per stuk.
* 1991: nieuwe lariks mast, nieuw staand want.
Afgezien van de verhoging van het boeisel naar originele hoogte en de plaatsing
van de kluiverboom is de restauratie van de tjalk aan de buitenkant wat
zichtwerk betreft vrijwel voltooid; wat overblijft valt meer onder de categorie
"ingrijpend achterstallig onderhoud". Zie foto 1.

De restauratie gebeurt globaal aan de hand van vier bronnen:
1. Littekens en resten die op het schip zelf te vinden zijn. Dit levert veel
op, omdat in het verleden altijd zeer conservatief verbouwd is, met laten
zitten van alles wat maar enigszins kon blijven zitten.
2. De familie Vennik te Meppel. Met deze familie, die het schip heeft
laten bouwen en er tot 1964 mee gevaren heeft, hebben wij goed kontakt. De
oudste dochter van schipper Vennik die de tjalk in 1906 liet bouwen, is in 1908
aan boord geboren, en is de gehele periode dat haar vader ermee gevaren heeft
(tot 1937, zonder motor aan boord) aan boord geweest. Zij leeft nog, en is
onze "wandelende encyclopaedie". Ook de overige familieleden leveren soms
waardevolle informatie.
3. Een groot schilderij van de tjalk onder zeil, gemaakt door vader Vennik, die
amateurschilder was, na zijn pensionering. Wij hebben hier weer een foto
van, en tevens een oude foto van het zusterschip "Lena" bij oplevering vanaf
dezelfde werf in 1904.
Naar ik begrepen heb heeft vader Vennik destijds gezegd: "Bouw mij een tjalk
precies zoals de Lena". De foto (zie foto 2) is vrijwel plat van opzij, met
vol tuig erop, dus een goede bron van informatie.
4. Wat er zoal over tjalken en restaureren geschreven is: Met zeil en treil,
Scheepsrestauratie. enz.
Figure 1: Zijaanzicht - voorjaar 1991- huidige staat.

3 Voordek
* Ingang vooronder: Origineel. Nooit iets veranderd.
* Bolders + bolderkasten: Origineel. Pijpen in matige staat. Plan voor
restauratie zoals we dat achterop gedaan hebben: vervangen van pijp, met
restauratie van originele bolderkast.
* Kistluik: was, evenals mastdek, verdwenen. Is inmiddels opnieuw
aangebracht, op de originele plaats en volgens origineel model. Bron: 1,2.
Zie foto 3.
* Ankergerei en ankers: momenteel staat een ankerlier met dubbele nestenschijf
en strijkrol voorop. Twee zware stokankers (ik denk 150 en 175 kg o.i.d.) en
twee anker- kettingen van plm 60 m. Deze lier is in 1952 aan boord gekomen. In
de opslag liggen reeds: een originele braadspil, lengte 3.50 m, afkomstig van
een tjalk van dezelfde grootte, in redelijk goede staat, en een strijklier met
exact dezelfde dekplaats afmetingen als de oude strijklier had, in zeer goede
staat. Aangezien de huidige ankerlier ook in perfecte staat is heeft
vervanging daarvan door spil en strijklier niet mijn hoogste prioriteit.
Misschien toch voorjaar '92, anders voorjaar of zomer '93 of de zomer daarop.
* Voorsteven: in originele staat, met originele beslag. Zijwangen zijn bovenop, boven
de berghouten, ooit eens gedubbeld, maar dat is netjes gedaan.
Figure 2: Werffoto van zusterschip "Lena" - 1904.

4 Mastdek
* Ligging, afmetingen: Was verdwenen. Is opnieuw aangebracht, met originele
ruitjesplaat, op de originele plek en met originele afmetingen. Dit was
probleemloos terug te vinden aan boord. Bron: 1,2. Zie foto 4. De afmetingen
waren wel op één punt verrrasend: het voorschild van de den bleek niet 1, maar
2 sporen achter de mastkoker gestaan te hebben. Dit was onmiskenbaar, gezien
de ronding die nog in dek stond "genageld", als ook de plaats van het
keerspant. Navraag bij de fam. Vennik leerde dat het inderdaad klopte: in
verband met het feit dat hij altijd met een forse deklast turf voer, wilde
schipper Vennik een goede bergplaats voor zijn luiken aan dek, die er inderdaad
aldus precies tussen passen.
* Mastkoker: Was verdwenen. Is opnieuw aangebracht, op de originele plek die
probleemloos op het vlak terug te vinden was, met naar beste weten de oude
afmetingen en het oude model. Bron: 1,2. Afmeting mastvoet: 36x36 cm.
Hoogte mastbout: 1.30 m bovendeks. Knecht is opnieuw gemaakt naar oud model.
Bron: 2. Nagelbank is nog niet aanwezig, maar komt er binnenkort weer op naar
oud model.
* Overloop: Was verdwenen. Is opnieuw aangebracht, op de originele plek die
probleemloos op dek te vinden was, naar oud model conform bron 2. Gemaakt van
rond 40 en twee ogen afkomstig van een grote D-sluiting van die afmeting.
* Tuiglier: Was verdwenen. Er heeft vroeger een 4-rols lier gestaan (bron 2).
Plan is om een nieuwe lier in oude stijl te laten maken (bv door John
Springer). Momenteel werken we met een verbouwde zwaardlier.
Figure 3: Restauratie kistluik - 1983.

5 Gangboorden
In volledig originele staat. Anders dan voor- en achterdek (ruitjes- plaat)
zijn de gangboorden van vlakke plaat. De platronde steunen van het boeisel
naar het gangboord zijn verdwenen, maar zullen t.z.t. weer aangebracht worden
op de oude plekken die gemakkelijk terug te vinden zijn.

6 Boeisel en Potdeksel
* Het boeisel is tussen de bolderkasten in twee trappen ongeveer 15 cm verlaagd
i.v.m. doorrotten van het potdeksel. Momenteel bestaat het potdeksel uit z.g.n.
relingijzerprofiel. Zie ook foto 5. De bedoeling is om het boeisel weer op
originele hoogte te brengen, met ook weer het oude potdeksel (hoeklijn en
platrond) zoals dat nog aanwezig is op kop en kont, die nog wel in oude staat
zijn. Planning is om dit in de zomer van '92 of '93 te doen.
* Van origine hebben er over de volle lengte houten zetboorden op gestaan,
waarvan we een aantal teruggevonden hebben, in gebruik als kastplanken in het
vooronder. Hoogte was 28 cm, dikte duims. Verder ook bron 1,2. Ook dit wordt
weer zoals het was, aansluitend op de boeisel-restauratie.
* Op dit moment staat er een "reling" op de tjalk, bestaande uit ijzeren
paaltjes met ronde kop en een tweetal geplastificeerde staaldraden. De eerste
staaldraad loopt ongeveer op hoogte van het originele boeisel, de tweede
ongeveer op hoogte van de originele bovenkant van de zetboorden. Verdwijnt
natuurlijk weer met de boeisel-restauratie.
Figure 4: Overzicht dekindeling - nog zonder mastkoker - 1984.

7 Den en Luikenkap
* Afmetingen: de den was flinli verhoogd en naar voren doorgetrokken. Dit is
weer teruggebracht tot de originele afmetingen, die goed terug te vinden waren
aangezien er uiterst materiaal-sparend verbouwd was: men heeft de originele
drie gebinten gebruikt en er een vierde bij gemaakt, en het verhogen van de
den heeft plaatsgevonden door alle verbindingshoeklijnen te laten zitten,
alle klinknagels eruit te halen, de nieuwe zijplaat van de den tussen de
steunen aan de binnenkant en het hoeklijn in het gangboord te laten zakken en
vast te lassen. De houten luikenkap ligt er nog op, maar is deels wel aan
vervanging toe. Geen stalen dek onder de luiken. Normaal gesproken ligt er
een bruin kleed over de kap, dat vast zit met klampen.
* Ramen, schoorsteen: In een viertal luiken zitten ramen met afmeting plm.
40x80 cm, verdekt en niet uitstekend. Ongeveer in het midden zit een
schoorsteen, die plm 25 cm boven de luiken uitsteekt ('s zomers; 's winters
staat er een verlengstuk op). In het voorschild van de den zijn twee
patrijspoorten (diameter 20 cm) gemaakt, hoofdzakelijk voor
ventilatie-doeleinden. Zitten verdekt opgesteld achter de tuiglier(en).
Figure 5: Voor- en zij-aanzicht -1988- Ketelhaven.

8 Roef
* Afmetingen: De originele roef staat er nog op. Heeft veel zeeg. Aan
afmetingen en plaatsen is nooit iets gewijzigd. Afmetingen plm. 3 m lang, 3.40
m breed, en 1.45 m hoog boven dek. Er is (voor mij althans) geen stahoogte in
de roef. De roef is rond de houten ramen zeer slecht. Ook het dak, dat
vroeger gedeeltelijk voorzien was van hout, is plaatselijk zeer slecht. Op dit
moment is het dak afgedekt met een katoenen kleed. Restauratie staat gepland
in de wat verdere toekomst.
* Ramen, ingangen, koekoeks: Twee ramen, van plm 40x50 cm, aan weerszijden,
meelopend met de lijn van de roef, met afgeronde bovenhoeken. Deurtjes zowel
aan stuur als aan bakboord. Aan stuurboord met ronde bovenkant. Aan beide
zijden zijn nieuwe amerikaans grenen deurtjes gemaakt. Twee ronde, vaste
patrijspoorten in het voorschild. In het achterschild zat in het midden een
ovale poort, die weggehaald is en afgedekt met een ijzeren plaat. Een
vervanging van exact dezelfde maat en uitvoering hebben we inmiddels van de
sloop op de kop getikt en komt er weer in. Er staan van origine twee koekoeks
van 40 bij 45 cm op het dak. Allebei zijn opnieuw gemaakt naar het oude model
dat totaal verrot was. Ook van Amerikaans grenen.
* Stormschuiven: de originele 4 schuiven hebben we nog, alhoewel de koperen
knoppen die erop zaten (bron 2) wel weg zijn. De geleiding echter is totaal
verrot, zodat herplaatsing wacht op de restauratie-beurt van de roef.
* Relinkjes: is mij niet bekend of die erop gezeten hebben. Moeten we nog
eens navragen bij de fam Vennik.
* Schoorstenen: twee stuks, op de oude plaatsen, van roef en achter- onder.
De bovendakse pijpen zijn uiteraard nieuw.

9 Motor
9.1 Machinekameringang
Deze is in 1937 gemaakt, geklonken, ten tijde van de inbouw van de eerste en
enige motor. Zit midden voor de roef, en men heeft hiervoor het tussendekje
dat oorspronkelijk voor de roef liep (de luiken liepen tot plm 80 cm voor de
roef) grotendeels opgeofferd. Bestaat uit een tweetal stalen, schuine, luiken,
waarvan de grootste pal boven de cilinder (die voor de roef staat en ook te
hoog is om eronder te passen). Zie ook foto 5.
9.2 Bedieningsorganen van de motor
De bediening van de (mechanische) keerkoppeling zat vroeger midden op het
achterdek ongeveer 40 cm van de roef af, maar is door mij veranderd in een
constructie die bediend wordt d.m.v. een handle die vrij plat op het dak van
roef ligt (afgekeken van Theo Hoogmoed). De handle kan eraf bij het zeilen.
Bediening van het gas gebeurt via een "wieltje" tegen het achterschild van de
roef.
9.3 Luchthappers
Op dit moment niet aanwezig, maar er staat er een gepland voor de machinekamer,
die zal komen naast de ingang van de machinekamer, op het tussendekje, naast de
ook aldaar gemonteerde luchthoorn. Zal er een zijn van bescheiden afmeting.

10 Achterdek
* Ingangen: geen.
* Koekoek: er heeft vroeger een koekoek in het midden tegen het boeisel
gestaan. Nu dichtgelast met een plaat. Komt er weer op naar oud model,
afmeting plm 40 bij 50 cm.
* Hoogte t.o.v. gangboord en boeisel: origineel, dekken en gangboorden
allemaal op 1 hoogte.
* Lieren: schootlier in het midden voor de toekomstige koekoek. Dubbele
zwaard- bakstaglier aan bakboord, drievoudige zwaard-bakstag-hekankerlier aan
stuurboord, conform de situatie in de zeiltijd. Bron 1,2.
* Overloop: Er heeft vroeger een korte overloop tussen de stuurplank en de
roef gezeten. Bron 1,2. Is nu afwezig, maar komt er weer op waarschijnlijk.
* Bolders, bolderkasten: in originele staat. Aan bakboord is de pijp van de
bolders al vervangen; moet aan stuurboord ook nog.
* Achtersteven: in originele staat, met het oude beslag.
* Poorten in de kont: in originele staat, twee ovale openslaande poorten.
* Stuurgerei: helmstok (eiken).
* Hekreling: geen. Niet bekend of er vroeger wel een op heeft gestaan.

11 Roer.
* Afmetingen: 3.80 m hoog, 2.00 m breed bij de hak, 11 cm dik.
* Vorm: nieuw gemaakt, identiek aan het oude (eerste ??) roer.
* Materiaal: pitch pine.
* Beslag: oude gesmede beslag is weer gebruikt, met nieuw platrond op de kopse
kant. Zie foto 6.
Figure 6: Achtersteven en nleuw roer - 1985.

12 Zwaarden
* Zijn de oude zwaarden van de Jantina Afina (Theo Hoogmoed) en daarvoor de
Anna. Zie foto 1.
* Afmetingen: lengte 4.75m, breedte 2.00m, dikte 10 cm.
* Vorm: traditionele vorm, brede posten.
* Materiaal: merbau
* Beslag: nieuw, kopplaat + platrond rondom.
* Aanvaringsklampen: platrond met grenenhouten vulling.

13 Casco
* Berghouten: in originele staat. Plaatselijk matig, hebben nog eens een
restauratie-beurt nodig.
* Poorten en/of ramen in de romp: geen.

14 Tuigage
14.1 Tuigplan
Zie bijgevoegde tekening van grootzeil, fok en kluiver.
14.2 Mast
* plaats: originele paats, die gemakkelijk terug te vinden was.
* vormgeving: traditioneel, gemaakt door Dieke Nederbragt uit Gorinchem.
* afmetingen: 36x36 cm in de voet, 19 m lang, hoogte hommer plm 14 m boven
mastbout. Zie foto 1.
* beslag: Nieuwe banden, 50 mm breed, met aangelaste lippen. Twee draaiende
hanepoten voor de dirk en de piek van het grootzeil. Traditionele uitvoering,
ongeveer zoals het beslag van de Annigje.
* materiaal: mast: lariks, beslag: staal, gelast.
* bevestiging: Alle banden hebben één klembout, met uitzondering van de
vlaggelijn uithouder en trommelstok bovenop.
14.3 Giek
* plaats: op originele plaats.
* vormgeving: weinig verloop in dikte.
* afmetingen: 13.80m lang, grootste diameter 19 cm.
* beslag: verlengd lummelbeslag (hout is eigenlijk te kort), eenvoudig beslag
aan eind.
* materiaal: giek: lariks, beslag: staal, gelast.
* bevestiging: lummelbeslag nu nog met stalen bus om het einde van de giek,
wordt weer met pen in het hout en banden; eindbeslag met klemband.
14.4 Gaffel
* plaats: op originele plaats.
* vormgeving: rechte gaffel met stalen klauw.
* afmetingen: 5.20 m lang, 12 cm diameter.
* beslag: stalen klauw, 2 banden voor piek die via een ketting loopt.
* materiaal: gaffel: lariks, beslag: staal.
* bevestiging: met houtdraadbouten.
14.5 Kluiverboom
* plaats: nog niet aanwezig. Krijgt weer de originele plaats met een bok
achter de braadspil (ogen op dek daarvoor zitten er nog). Een onderstam pitch
pine van de juiste afmetingen is reeds gekocht.
* vormgeving: traditioneel.
* afmetingen: 7.50 m lang, voet 20 cm diameter.
* beslag: aan de voet klemband met wegneembare bok op dek, aan de top klemband
met 4 aangelaste lippen.
* materiaal: hout: pitch pine, beslag: staal, gelast.
* bevestiging: op de originele manier met bok op dek.
14.6 Bokkepoten
* plaats: op originele plaats, met draaipunten op het boeisel.
* vormgeving: acht-hoekig, met de uiteinden nzar rond verlopend.
* afmetingen: 6 m lang, 12x12 cm diameter.
* beslag: het oude gesmede beslag: enigszins conisch verlopen, met zwaar oog
aan de uiteinden.
* materiaal: hout: oregon pine, beslag: smeedijzer.
* bevestiging: op de voorsteven via een zware bout door de ogen en een
verbindingsplaat, op het boeisel via twee draaipunten op de originele
plaatsen.
14.7 Staand want
* materiaal: staaldraad
* kleur: zwart
* afwerking: lijnolie
* voering: met spanners en een pelikaanhaak aan de voorsteven. Voorstag met
hijsbeugel rustend op een lip op de bakstagring in de top.
* bevestiging: met oogsplitsen en sluitingen.
* afmetingen: 16 mm diameter voor hoofdwanten en voorstag, 14 mm voor
topwanten.
* aantal: 7.
14.8 Lopend want
* materiaal: staaldraad en polypropyleen.
* kleur: zwart en bruin.
* afwerking: lijnolie.
* voering: via blokken.
* bevestiging: met oogsplitsen.
* afmetingen: 10, 12 mm. diameter.
* aantal: velen.
14.9 Schoten
* materiaal: staaldraad en polypropyleen.
* kleur: zwart en bruin.
* afwerking: lijnolie.
* voering: via blokken.
* bevestiging: oogsplitsen.
* afmetingen: 16,18 mm. diameter.
* aantal: 3
14.10 Blokken
Een verzameling van veelal oude blokken, zowel binnen als buiten beslag.
14.11 Lieren
(nu nog anker-, straks alleen) strijklier, tuiglier, zwaard-bakstaglier,
zwaard-bakstag-hekankerlier, schootlier. Allemaal oude lieren met gegoten
tandwielen, misschien in de toekomst ook gestoken tandwielen naar oud model.
14.12 Zeilen
* welke: grootzeil, fok, kluiver.
* afmetingen: plm 100 m2, 30 m2, 20 m2. Op dit moment een drietal overgenomen
oude zeilen, iets kleiner dan aangegeven op het tuigplan. In de toekomst gaan
we waarschijnlijk op dacron/duradon, met de afmetingen en uitvoering zoals op
het tuigplan staan aangegeven.
* materiaal: nu nog katoen, wordt t.z.t. dacron/duradon.
* snit: traditioneel.
* kleur: bruin (misschien wit in de toekomst).