Westfries I

Details over het schip Westfries I, BHS nummer 13113


Algemene gegevens
BHS-nummer Scheepsnaam Type schip Gebouwd van Bouwjaar Werf Plaats van de werf
13113 Westfries I Motorschip, luxe motor staal in 1922 Pannevis Alphen a/d Rijn
Gebied en vracht
Oorspronkelijk vaargebied Oorspronkelijk soort vracht Huidige ligplaats
De Westfries I is gebruikt voor het vrachtvervoer van op de Broeker Veiling in Broek op Langedijk verkochte tuinbouwproducten naar voornamelijk Gouda en omstreken. Vooral tuinbouwproducten welke werden afgeleverd bij groentehandelaren en groentewinkels. Noord-Holland noord (incl Westfriesland)
Korte geschiedenis van dit schip
Het motorvrachtschip de Westfries I is een topstuk in de collectie van Museum BroekerVeiling.

Vanaf zijn bouwjaar 1922 tot de sluiting van de Broeker Veiling in 1973 vervoerde de Westfries I de op de veiling verkochte tuinbouwproducten naar Gouda en omstreken.

Groentekoopman en schipper
Jan Kamp sr. liet de schuit bouwen in Alphen aan de Rijn voor 10.000 gulden. Zijn zoon Jan Kamp jr. nam het schip in 1966 over.
Zo’n 3500 kg rode en gele kool, 2000 kg aardappelen, 600 kg uien, 800 kg wortelen en 200 kg overige groenten werden in het ruim geladen. Boven op de plecht en de luiken werden ook nog 800 kg groene kool en 25 kwart vaten zuurkool geplaatst. Op doordeweekse dagen was de Westfries I van huis. Zaterdagochtend kocht de schipper op de Broeker Veiling weer nieuwe groente.
Het schip ging van vader op zoon en had een speciaal plekje in het hart van de schipper, maar: “het was vanzelluf ok z’n brod”. In 2004 schonk zijn vrouw Guurtje Kamp- Boeijer de Westfries I aan Museum BroekerVeiling.
Illustraties:
Klik hier voor de afbeelding Motorschip de Westfries I bij Museum MuseumBroekerVeiling.
Op de achtergrond ziet u het nieuwe gebouw van het museum met diverse exposities, ook kunt u nog dagelijks meedoen aan de veiling.
Gemaakt op/in: 2012
Creative Commons Licentie

Klik op de thumbnail voor een grotere illustratie (opent in een nieuw venster).
Klik hier voor de afbeelding Westfries I in bedrijf.
Creative Commons Licentie

Klik op de thumbnail voor een grotere illustratie (opent in een nieuw venster).
Klik hier voor de afbeelding De Westfries I voor de restauratie bij scheepswerf de Wit in Broek op Langedijk.
Gemaakt op/in: 3 februari 2005
Foto: Museum BroekerVeiling.
Creative Commons Licentie

Klik op de thumbnail voor een grotere illustratie (opent in een nieuw venster).
Maten
Lengte Breedte Diepgang Holte Tonnage Hoogte mast
20 m 00 cm 3 m 14 cm 0 m 80 cm 28,000 ton
Motoren:
Merk Type Serienr. Bouwjaar Nieuw of gereviseerd? Jaar geplaatst Jaar afgedankt
Kromhout M1 Middendruk ruwoliemotor nr. 2186 1922 Nieuw 1922
Merk Type Serienr. Bouwjaar Nieuw of gereviseerd? Jaar geplaatst Jaar afgedankt
Kromhout M1 1922 Nieuw 1922
Verhalen over dit schip:
Compilatie van de gesprekken met de vrouw van de schipper, gehouden in 2008.
De schipper en zijn werk
Werkzaamheden
De schipper was groentekoopman en kocht de producten op de Broeker Veiling in. Hij vervoerde alles wat verkocht werd op de veiling, onder meer rode kool, ui en nieuwe piepers. Per schuit, ‘De Westfries’, bracht hij de producten naar zijn klanten in het land. Dat waren groenteboeren. In de winter voer hij tot en met Gouda, dan waren er meer wintergroente en kolen. In de zomer voer hij korter.

De schipper was de hele week aan het varen. Hij was geen beurtschipper, maar had zijn eigen handel. Zuurkoolvaten konden de groenteboeren van tevoren bestellen bij de schipper. Die haalde hij dan met de schuit op bij Kramer .
Met de handkar, later per bakfiets ging hij naar de groenteboeren om te vragen wat ze nodig hadden. Dan toog hij terug naar de schuit om de bewuste groente te laden en leverde hij dit vervolgens af bij de klant.

Klanten
De schipper had klanten in Roelofarendsveen, Bodegraven, Aalsmeer en Alphen aan de Rijn. “Bij de Brasemermeer moest je de bocht om richting Roelofarendsveen. Daar liet ie de schuit op de keien varen. Dat konden ze zien aan de plek waar het ijzer dunner was.” Aan de Rijnkade had hij een plek aan de wal.

Werkweek
De Westfries vertrok meestal op maandagmorgen richting Zuid-Holland. Als de bestemming Gouda was – in de wintermaanden - vertrok hij ook wel eens zondagnacht na 24.00 uur. Hoe zijn week er verder uit zag, weet zijn vrouw niet tot in detail. Over werk had je het vroeger niet veel samen. Bovendien: “de schipper was niet zo’n prater”. ’s Avonds ging hij wel eens naar klanten of naar het café, “dat zal heus wel, maar daar was hij heel gesloten over”. Voor eten nam hij een juspan mee, ook wat groenten en hij at wel eens bij anderen.
Vrijdagsmiddags keerde hij terug naar Broek op Langedijk. Zijn vrouw hoorde De Westfries altijd aankomen, dankzij het karakteristieke geluid van de motor. “Vooral als de wind mee was hoorde je het goed.” De schuit werd achter het huis aan de Sluiskade ‘geparkeerd’. Dan ging de schipper thuis eten, de fusten lozen bij de veiling en vaak kon hij meteen al weer laden. De vader van de schipper kocht door de week wel eens alvast wat producten voor hem in. Vaak was dat op donderdag . Een van de eerste dingen die de schipper op vrijdag deed als hij terug kwam, was deze gekochte producten afrekenen met z’n vader. Zaterdagochtend kocht hij op een nieuwe veiling weer groente bij. Zijn enige vrije dag was dus de zondag. Dan ging de familie te kerk. “Ook dan had hij z’n ritueel.”

In weer en wind
Weer of geen weer, er werd altijd gevaren. Een petroleumkacheltje in de schuit zorgde ervoor dat de vracht niet bevroor. In het luik zat een kiertje om de petroleumlucht te laten ontsnappen. Alleen als het diep vroor moest het werk wel eens gestaakt worden. “De schuit is wel eens steken bleven, ik meen voor de Brasemermeer. Dat het opeens heel hard ging vriezen.” Dan werd de groente verder vervoerd per vrachtwagen. “De vrachtwagen kwam ook wel eens bij wat nu ’t Bakkershuys is, daar was een wal. Daar kwamen dan de schuitjes langs en werd de groente door transportlui op de vrachtwagen geladen. Ook het overladen van de groente van de schuitjes naar de Westfries werd door de transportlui gedaan.

Stille tijd
Na de winter was er altijd een stille tijd, van een week of zes, voor de nieuwe piepers klaar waren. Dan ging de schuit op de helling, waar de schipper onderhoud pleegde. In die weken werd er niets verdiend. Maar zijn vrouw merkte daar weinig van, ook niet van vette en magere tijden. “Hij beheerde het geld en wist alles altijd zelf in de hand te houden. Ik merkte daar weinig van.” Op vakantie ging het gezin niet.

Einde schipperstijd
Toen de veiling dus in ’73 zijn deuren sloot, was de schipper al elders aan het werk. Hij stopte namelijk op zijn 50e met zijn werk voor de veiling, in 1972. Eerst ging hij voor een aardappelbedrijf werken en daarna als laatste voor Agrico, waar aardappelen werden verwerkt voor de Smiths chipsfabriek. Van een vrij leven met de schuit stond de schipper opeens achter de lopende band. “Dat was heel saai voor hem. Later ging hij over naar lossen en laden. Dat vond ie leuker.” Het betekende dat hij opeens elke dag thuis was. Was dat niet raar? “Dat weet ik niet zo goed meer. Hij zag er wel als een berg tegenop om te stoppen. Dat kun je begrijpen.” Van de Westfries maakte de schipper een vakantieschip voor zijn gezin.

De schuit
De Westfries en zijn eigenaar zijn van hetzelfde bouwjaar: 1922. Schipper sr. liet de schuit bouwen in Alphen aan de Rijn voor 10.000 gulden. “Dat was in die tijd een hoop geld.”
“De schuit heeft een witte rand, daarom noemden ze het De Witte Westfries.” (Er was nl. ook de Groene Westfries, waar een broer van de schipper op voer, red.)
Voorop stond aan elke kant een petroleumlamp, de ene op een groene ondergrond, de andere kant rood. “Het rode was aan de gevarenkant, met het oog op andere scheepsvervoer, zo voer je langs mekaar.”
Slapen kon in het vooronder en onder de luiken.

Nadat de schipper was gestopt met werken verbouwde hij De Westfries tot vakantieschip. Er werd een houten stuk gemaakt waar de luiken op konden liggen en merkels,” zodat we daar onder konden lopen”. De schipper legde er tapijt in, maakte een eethoek, en timmerde schrootjes aan de binnenkant. In de machinekamer kwam een watertank. Met een pomp kon je het water uit de tank halen. Er kwam een butagasstel in, en zo gingen we op vakantie.”
De kinderen gingen mee, niet allemaal, want sommigen waren al het huis uit. Ze voeren naar plekken waar de schipper ook altijd heen ging voor zijn werk. “Moet ie weer met al die ouwe mensen praten”, zeiden de kinderen dan.
“We zijn ook nog wel ‘ns met het gezin per schuit naar de Vlootdagen in Den Helder geweest. M’n zwager ging met de auto. Die zei: Nôh, hoe lang had je nou werk? Vier uur, maar dat was niet erg. Het was mooi weer.”

In 1998 is de schuit naar Bijvoet in Broek op Langedijk gegaan voor onderhoud. “Er werd gezegd: Hij ligt daar maar in het water.” De kinderen hebben een heel weekend geschuurd, geschraapt, de hele onderkant gedaan. Toen stond de schipper voor ’t lest aan het stuur.

Restauratie
“Het is een fijn cluppie vrijwilligers: Willem Leegwater, Piet Droog, Klaas Damsma, Jan Jong, Kees Klaver. Echt een team met elkaar. Ze kennen op mekaar an.” Klaas Damsma heeft van de roefdeurtjes de scharnieren vervangen. Jan Jong deed het laswerk en Kees Klaver de buitenwitrand. De ouwe verf is eraf gebikt. Dat deed de schipper nooit, die schilderde er gewoon overheen. De luiken worden opnieuw geteerd. Het meeste is weer in originele kleur. De patrijspoorten moesten uit elkaar en de koperen randen helemaal schoon gemaakt.”
“De hele motor heb uit mekaar weest. Onderin zit een vliegwiel, dat werd voorverwarmd met een butafles, dan ging er een ding in, moest je de hendel terughalen, nog een keer en nog een keer, dan klikte dat en begon de motor te draaien. Dan moest gauw de hendel terug. De schipper was daar heel handig in, kende elk geluidje.”
“Het stuurwiel was helemaal verrot en is nu nieuw. De stuurkast is ook nieuw.”
Bijzonderheden
Diverse bijzonderheden: De Westfries I heeft voor een Langedijker motorschip een vrij grote roef met stahoogte en een vaste trap naar beneden. En twee tweepersoons opklapbare kooien. De schipper was schipperhandelaar en kon zodoende met een klant om tafel. Verder Kenmerkend voor de werf zijn de vrij grote koperen patrijspoorten in de zijden van de roef. In tegenstelling tot de meeste Langedijkers heeft de stuurhut een houten onderbouw i.p.v. een stalen. Voorop een bijzondere en zeldzame gietijzeren ankerlier, een zogenaamde "vioollier" met pal en palrad en een nestenschijf, geschikt voor een bepaalde maat ankerketting en bediend door een handspaak. In gebruik op stoom en motorschepen van voor 1910 nooit op zeilschepen, er zijn er niet veel meer van. Geen laad- en losgerei, maar een bijzonder lage den van 15 cm hoog. Vanwege het met de hand laden en lossen waarvoor een verplaatsbaar bordje over de waring (gangboord) werd gelegd. Stalen luiken als een beurtmotor om deklast op te zetten als zuurkoolvaten. Zware vaten werden van dek gerold via twee evenwijdige aan elkaar gekoppelde liggers die met een haak aan het railingijzer zaten. Geen mast dus, maar voor het toplicht op de voorsteven een standaard. De boordlichten S.B. en B.B. in lichtbakken op het voordek van wege eventuele deklast. Het houten stuurwiel ligt horizontaal net als bij de meeste beurtschepen vanwege het passeren van lage bruggen. Het stuurwiel staat met een as in een stuurlier met vertraging en gaat met kettingen achter de roefbetimmering naar het kwadrant op de roerkoning.