Trekschuit

Details over het schip Trekschuit, BHS nummer 15023


Algemene gegevens
BHS-nummer Scheepsnaam Type schip Gebouwd van Bouwjaar Werf Plaats van de werf
15023 Trekschuit Hollandse (Leidse?) trekschuit puddelijzer in 1903 nog onbekend nog onbekend
Gebied en vracht
Oorspronkelijk vaargebied Oorspronkelijk soort vracht Huidige ligplaats
Noord- en Zuid Holland Paar soorten Het Groene Hart en Haarlemmermeer
Korte geschiedenis van dit schip
De 'Trekschuit' is een in 1903 gebouwde Hollandse (Leidse?) vracht-pakschuit, waarop omstreeks 1922 een replica houten roef van een Friese passagiers-trekschuit is geplaatst. Of deze pakschuit eerst nog door een paard is voortgetrokken ('gejaagd') is niet bekend; later gebeurde de voortstuwing door een vastgelegd motorvlet/opduwer, en sinds 1980 door een ingebouwde dieselmotor.



Delftse prof. 'Eri' Visser gebruikte zijn omgebouwde 'De Trekschuit' voornamelijk om te varen op de Kager plassen, en om met zijn studenten te gaan jagen. Voor dit doel waren acht dubbelkooien in de roef getimmerd, plaats biedend aan 16 studenten.



'Cor'(nelis) en '(Tante)Ko' van der Weerd kochten het schip in 1932 en lieten bij werf Stofberg in Leimuiden het interieur verbouwen voor zomerbewoning. Het, nog fungerend, meubilair is door het echtpaar bijeen gezocht op Amsterdamse rommelmarkten. Ko heeft haar artistieke gaven toegepast in het Assendelftse schilderwerk op het houtwerk van het schip. Hun vaste ligplaats was bij WV Nieuwe Meer in Aalsmeer.



In 1968 verkocht weduwe Ko het schip aan echtpaar

CJW ('Jumbo') en 'Loes' van Waning. Jumbo, gepensioneerd Marineofficier, was mede-oprichter en eerste voorzitter (1955-'66) van de Stichting Ronde- en Platbodemjachten. Zij hebben met het schip vele jaren in de jachthaven Fort Kudelstaart gelegen, alvorens ligplaatsen in Friesland te kiezen.



In '92 heeft weduwe Loes het schip verkocht aan haar oudste zoon, Jan Willem (gepensioneerd Marineofficier en oud-lid Tweede Kamer), en zijn vrouw Petra. Sinds '94 hebben zij een vaste ligplaats in (Zeil)Fort Kudelstaart. Zij lieten recentelijk het schip bij werven Stellinga en Jan Kok volledig restaureren.
Illustraties:
Klik hier voor de afbeelding De 'Trekschuit' op Westeinder Plas op 30.8.2019
Gemaakt op/in: 30 augustus 2019
Foto: Jan Jongkind.
Creative Commons Licentie

Klik op de thumbnail voor een grotere illustratie (opent in een nieuw venster).
Klik hier voor de afbeelding De 'Trekschuit' op Westeinder Plas op 30.8.2019 (2)
Gemaakt op/in: 30 augustus 2019
Foto: Jan Jongkind.
Creative Commons Licentie

Klik op de thumbnail voor een grotere illustratie (opent in een nieuw venster).
Klik hier voor de afbeelding De 'Trekschuit' op Westeinder Plas op 30.8.2019 (3)
Gemaakt op/in: 30 augustus 2019
Foto: Jan Jongkind.
Creative Commons Licentie

Klik op de thumbnail voor een grotere illustratie (opent in een nieuw venster).
Maten
Lengte Breedte Diepgang Holte Tonnage Hoogte mast
15 m 00 cm 2 m 70 cm 0 m 85 cm
Motoren:
Merk Type Serienr. Bouwjaar Nieuw of gereviseerd? Jaar geplaatst Jaar afgedankt
Lombardini LDW 1204 M (4 cil., 33 pk, 24 kW, interne koeling) 3509290 2000 Nieuw 2000
Verhalen over dit schip:
Hstorie '(De)Trekschuit' en zijn eigenaars
Omstreeks 1922 kocht de Delftse hoogleraar prof. ir. Cornelis ("Eri") Visser deze pakschuit ter vervanging van de originele Friese houten trekschuit die hij sinds 1910 bezat, maar waarvan het casco onherstelbaar was verouderd. Dit soort trekschuiten onderhield tot 1908 een geregelde dienst tussen Leeuwarden en Franeker. Hij liet op de pakschuit een 9 meter lange roef bouwen conform het model van zijn oude trekschuit. Professor Visser gebruikte zijn 'De Trekschuit' voornamelijk om te varen op de Kager plassen, en om gedurende het jachtseizoen met zijn studenten in Friesland te gaan jagen. Voor dit doel waren acht dubbelkooien in de roef getimmerd, plaats biedend aan 16 studenten. Deze jaarlijkse varende jachtpartij is voortgezet tot omstreeks 1930, toen prof. Visser met emiraat ging. Hij woonde, met zijn vrouw en twee kinderen, aan de Kaagse plassen, laatstelijk aan het Gravenwater bij de Hervormde kerk. Het schip lag daar afgemeerd aan een kade naast zijn huis. Zijn 'knecht', Jan van Dalen, onderhield, volgens geschreven overlevering, het schip 'tot in de puntjes'. In 1932 is het schip verkocht aan het echtpaar Van der Weerd, destijds wonende in Amsterdam. De heer Cor van der Weerd was tot het eind van de '20-er jaren stuurman bij de grote vaart, en daarna werkzaam bij de PTT. Het inwendige van het schip werd op de werf Stofberg in Leimuiden verbouwd voor zomerbewoning en het meubilair is door het echtpaar bijeen gezocht op Amsterdamse rommelmarkten. 'De Trekschuit' kreeg een vaste ligplaats aan een steiger nabij het clubhuis van Watersport Vereniging Nieuwe Meer, in Aalsmeer. Cor van der Weerd verleende zodanig goede diensten aan deze vereniging, dat hij is benoemd tot erelid. Mevrouw van der Weerd bood, als geliefde "Tante Ko", gastvrijheid aan de jeugd. Zij heeft haar artistieke gaven toegepast in het Assendelftse schilderwerk op het houtwerk van het schip. 's Zomers voer het echtpaar met vrienden op de Hollandse en Utrechtse wateren, 's winters werd het schip afgedekt met dekzeilen. Omstreeks 1960 overleed de heer Van der Weerd. Zijn vrouw maakte nog gebruik van het schip tot 1968, toen zij het verkocht aan het echtpaar Van Waning. De heer C.J.W. ('Jumbo') van Waning, gepensioneerd Marineofficier, was mede-oprichter en eerste voorzitter (1955-'66) van de Stichting Ronde- en Platbodemjachten. Dit echtpaar had twee jaar tevoren hun sinds '51 in bezit zijnde boeier 'Maartje' moeten verkopen, omdat het zeilen hen te zwaar viel. Na de 'Trekschuit' een flinke opknapbeurt te hebben laten geven door de werf Stofberg, hebben Jum en Loes van Waning nog vele jaren kunnen genieten van het leven en varen op de Nederlandse wateren. Zij veranderden weinig aan het schip en interieur, behalve dat in 1980 de motorvlet-opduwer is vervangen door een onder de kuip ingebouwde Volvo-dieselmotor. Zij hebben met het schip vele jaren in de jachthaven van Fort Kudelstaart gelegen, alvorens ligplaatsen in Friesland te kiezen. Na het overlijden van haar echtgenoot in '89, heeft Loes van Waning in '92 het schip verkocht aan haar oudste zoon, J. Jan Willem van Waning (ook gepensioneerd Marineofficier en van '94-'98 lid Tweede Kamer (D66), en zijn vrouw Petra. Ook zij vertoeven met veel plezier op het schip, dat sinds '94 een vaste ligplaats heeft in de jachthaven van (nu: Zeil)Fort Kudelstaart. Met het schip hebben zij ook praktisch alle Nederlandse wateren verkend, en aan veel maritieme evenementen deelgenomen, waaronder een reunie van de LVBHB in Gouda. Zij hebben in '17 het onderwaterschip bij werf Stellinga in Leiden, en in '18 het bovenwaterschip en scheepsvlak bij werf Jan Kok in Leimuiden, laten restaureren.